Het nieuwe orgel in de Nieuwe Kerk

Van de orgelcommissie;  vervolg interview.

We gaan verder met het interview met Rob van Esseveldt, organist in de NK en destijds ook in het Ontmoetingscentrum..

“Rob, wat schiet je het eerste te binnen als je even terugdenkt aan het orgel toen het nog in de diensten van het Ontmoetingscentrum gebruikt werd?”

“Als ik er nog even aan terugdenk dan vallen mij een drietal dingen op:

  • Ten eerste was het altijd net of ik het ‘zusje’ van het koororgel van de St. Janskerk in Gouda ging bespelen; in zijn vormgeving en met het aantal registers lijken ze echt op elkaar.
  • Ten tweede de evenwichtige klankopbouw en de prettige speelaard van het orgel, vooral na de uitbreiding door orgelbouwer Huijzer in 1984.
  • Ten derde de slechte akoestiek in het voormalige Ontmoetingscentrum, gelukkig is dat in de Nieuwe Kerkzaal een stuk beter.  Dat zal de klank ook zeker ten goede komen.”

“Hoe zit het nu ook alweer met de benamingen van Borstwerk en Hoofdwerk?”

“Juist,  dan zou ik nog een keer uitleggen.  In feite is een orgel een samenstelling van verschillende delen. Elk deel is een zelfstandig bespeelbaar onderdeel, waarbij alle delen tezamen dan ‘het orgel’ vormen.  Je kan het snel zien aan de hoeveelheid klavieren ( of manualen, net als een piano)  en het pedaal, ofwel de lange houten stokken onder de orgelbank. Al deze onderdelen zijn zelfstandig bespeelbaar en ook in combinatie met elkaar. Ze hebben dus allemaal ook hun eigen pijpengedeelte in het orgel.”

“Om het nu eenvoudig te houden wordt elk klavier een ‘WERK’ genoemd.  En het pedaal blijft gewoon het pedaal, dus dat is makkelijk.

Om die ‘werken’ nog even verder uit te leggen, let op, daar komt het:

  • Het belangrijkste gedeelte van het orgel, met de grootste pijpen en het meest krachtige geluid, wordt het Hoofdwerk genoemd. Dat is de ruggengraad van het orgel.
  • Een pijpengedeelte wat vlak voor de neus van de organist is geplaatst, wordt het Borstwerk genoemd; het bevindt zich namelijk voor de borst van de organist en hij kan er onder het spelen zo inkijken. Hier zitten vaak de kleinste orgelpijpen in voor de heldere en lichte orgelklanken.  Meestal kan je hier mooie fluitklanken en solo- instrumenten zoals Hobo of Kromhoorn mee nabootsen.
  • Op dezelfde wijze wordt een grote orgelkast tegen de rug van de organist een Rugwerk genoemd. Het grote orgel in de St. Jan te Gouda heeft die bijvoorbeeld. Een organist kan zich daar ook achter ‘verstoppen’ als hij teveel fouten maakt, haha.
  • Vervolgens kunnen er ook nog pijpen helemaal bovenin het orgel staan, ook weer als een afzonderlijk geheel. En dat heet dan ?”……..Bovenwerk?  “Juist !, heel goed.”

“En welke samenstelling heeft het nieuwe orgel dan nu precies?”

“Toen we het uit elkaar haalden hebben we van boven naar onderen eerst het Hoofdwerk gezien.  Dit zijn ook de pijpen die vanuit de kerkzaal direct zichtbaar zijn. Daarna kwamen we achter de luikjes boven de lessenaar de pijpen van het Borstwerk tegen.  Die zijn dus in de orgelkast zelf weggewerkt.  En vervolgens stond helemaal achter het orgel tegen de muur de kast met de pijpen van het pedaal.  En in deze opstelling gaan we het orgel ook weer terugbouwen.”

“En wat betekent nu 8 voet en 4 voet en zo?”

“Die benamingen hebben we inderdaad in de eerste aankondiging van de orgel adoptie al gebruikt. Deze cijfers geven de lengte aan van de grootste pijp van een register. (is een bij elkaar horende rij pijpen).

De langste pijp van een 8 voet register is dan ongeveer 2,40 meter ! Want een ‘voet’ lengte wordt aangenomen als ongeveer 30 cm.

Het geeft ook een indicatie welke toonhoogte er uit de pijpen zal komen. Als vuistregel geldt dat een 8 voet toonhoogte overeenkomt met de hoogte van de menselijke stem. Een 4 voet register heeft dan pijpen die de helft korter zijn..  en dan gaat de klank precies een heel octaaf omhoog. Vervolgens kunnen de pijpen nog korter worden, en dan hebben we een 2 voet register.  En daarvan is de grootste pijp dus ca. 60 cm !  Er kan ook een 16 voet register aanwezig zijn ( zoals in de Oude kerk)  en dan gaat de klank een heel octaaf naar beneden. Op deze wijze is een orgel dus net als een koor;  de klank gaat van de zware bassen naar de hoge sopranen en alles is dan apart in te stellen en ook in combinatie te gebruiken.  Vandaar dat er zoveel verschillende klanken uit een orgel kunnen komen.”

 Dus de 16 voet registers zijn de bassen en de 4 voet registers de sopranen?

“Zo zou je het inderdaad kunnen zeggen en de tenoren en de alten zitten er met de verschillende 8 voet registers tussenin.”

“Hoe gaat het nu met de adoptie van de pijpen?.”

“Er komt geregeld wat binnen, maar we zijn nog niet op het nodige eindbedrag.  Ik hoop dat de adoptie na de vakantie periode weer even een nieuwe impuls gaat krijgen. We hebben nog wel een kleine 10.000 euro nodig.  De adoptie folders liggen nog steeds beneden bij de trap. Pak er weer eens één mee, zou ik zeggen.”

“En met de verkoop?”

“Net voor de vakantieperiode heeft  de oorspronkelijke orgelbouwer Pels & van Leeuwen zich gemeld om mee te helpen met de verkoop van het huidige orgel, dus dat is mooi.  Hij heeft ook een veel groter klantennetwerk dan wij vanuit Nieuwerkerk kunnen bestrijken.  Ook heeft een Poolse orgelhandelaar interesse getoond, maar ook hij moet even zoeken naar een juiste bestemming. Met de gegadigde die als eerste met een goed bod komt,  kunnen we dan zaken gaan doen.”

“Bedankt Rob!  We weten weer wat meer en we worden zo vanzelf orgeldeskundigen.”

Hier de link naar deel 1 van het interview.